Tom Ross, beheerder bedrijfskredieten, bespreekt de situatie op de hoogrenderende markt, met onder meer de vooruitzichten voor de wanbetalingen, het belang van monetaire en fiscale steunmaatregelen en de vraag of hoogrentende effecten met inflatie om kunnen.

Kernpunten

  • De kredietspreads zijn in het hoogrentende segment breder dan aan het begin van het jaar, wat aantoont dat er meer wanbetalingen worden verwacht, zij minder dan de markt in maart nog vreesde.
  • Het monetaire beleid is op drie fronten positief voor hoogrentende effecten: de centrale banken kopen bedrijfsobligaties in, er wordt voldoende liquiditeit verschaft om bedrijven de mogelijkheid te bieden zich te herfinancieren en de rentevoeten blijven laag, waardoor meer beleggers interesse krijgen in hogerrentende effecten.
  • De hoogrentende markten hoeven zich minder zorgen te maken over een mogelijke opleving van de inflatie, omdat hun kredietspreads wat bescherming bieden tegen een stijging van de rente op staatsobligaties, terwijl prijsstijgingen goed kunnen zijn voor de omzet van bedrijven.

Toelichtingen

Returns: Het rendement van de ICE Global High Yield Bond Total Return Index bedroeg in de eerste negen maanden van 2020 -0,3%. Bron: Bloomberg, 31 december 2019 tot 30 september 2020, in USD. Resultaten uit het verleden vormen geen leidraad voor toekomstige resultaten.
Kredietspread: het renteverschil tussen een bedrijfsobligatie en een staatsobligatie met dezelfde looptijd. De 'spread to worst' voor de ICE Global High Yield Bond Total Return Index bedroeg op 30 september 2020 558 basispunten, een stijging tegenover de 382 basispunten per 31 december 2019 (bron: Bloomberg, 30 september 2020). Als een obligatie bijzondere kenmerken heeft, zoals een call (wat betekent dat de emittent de obligatie op een voorafbepaalde datum kan terugroepen), is de 'yield to worst' het laagst mogelijke rendement dat de obligatie kan behalen zolang de emittent niet in gebreke blijft.

Consumentenvertrouwen: Zo daalde het consumentenvertrouwen in de VS, zoals gemeten door de Conference Board Consumer Confidence Index, in april 2020 tot een dieptepunt van 85,7 voor het jaar, tegenover een dieptepunt van 25,3 in april 2009 (het dieptepunt van de wereldwijde financiële crisis). Het consumentenvertrouwen stond in april 2020 hoger dan tijdens elke crisis van de afgelopen vijftig jaar. Bron: Refinitiv Datastream, Conference Board Consumer Confidence Index, 30 september 2020.

Inflatie: Met de VS als wereldwijde tussenschakel kunnen we hoogrentende Amerikaanse obligaties, kredietwaardige Amerikaanse bedrijfsobligaties en Amerikaanse staatsobligaties vergelijken om periodes te vinden toen de inflatie is gestegen van een dieptepunt naar een hoogtepunt en de totaalrendementen van die drie obligatiemarkten tijdens de periode te tonen. Hoogrentende effecten presteren globaal het sterkst en staan in de meeste periodes op de eerste plaats (cijfers in gekleurde cellen).

De Amerikaanse inflatie en het totale rendement van Amerikaanse obligatie-indexen in perioden van stijgende inflatie

Periode van stijgende inflatie van dieptepunt naar hoogtepunt Inflatie laag % Inflatie hoog % Hoogrentend % Kredietwaardig % Amerikaanse staatsobligaties %
31/05/1994 – 31/12/1996 2,29 3,32 37,1 26,9 22,2
31/03/1998 – 30/06/2000 1,38 3,73 1,5 7,3 11,4
30/06/2002 – 31/03/2003 1,07 3,02 11,1 10,8 8,8
28/02/2004 – 30/06/2006 1,69 4,32 15,7 3,6 3,0
31/08/2007 – 31/08/2008 1,97 5,37 -1,4 1,5 8,6
31/10/2009 – 30/09/2011 -0,18 3,87 18,0 16,1 13,7
31/10/2015 – 31/07/2018 0,17 2,95 21,7 8,9 1,4

Bron: Refinitiv Datastream, 31 december 1993 tot 30 september 2020, jaarlijkse inflatie US All Urban Consumer Price Index, totaal rendement in Amerikaanse dollar van de ICE BofA US High Yield Index, de ICE BofA US Corporate Index, de ICE BofA US Treasury Index. Resultaten uit het verleden vormen geen leidraad voor toekomstige resultaten.