Jenna Barnard, co-hoofd van Strategic Fixed Income, legt uit hoe een ongelijke geografische verdeling van technologie samengaat met verschillen in groei en in rentevooruitzichten.

Wel of niet kopen in het spel van disruptie | Janus Henderson Investors
iStock

Als obligatiebeleggers kijken we naar mogelijkheden om in ontwikkelde economieën te beleggen, en al een aantal jaar richten we ons primair op divergentie. De wereldwijde groei blijkt steeds meer gepolariseerd. De centrale banken in veel economieën hebben zelfs enorme moeite de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) te volgen in haar renteverhogingen.

Hierdoor zijn tussen landen de grootste renteverschillen ontstaan sinds tientallen jaren, wat overigens voor obligatiebeleggers kansen biedt en wat de onderliggende structurele zwakte van de wereldeconomie benadrukt. Het is bekend dat Europa problemen heeft met het afbouwen van schulden. Maar ook kleinere, meer dynamische economieën kregen te maken met beperkingen. Zo had Australië last van een oververhit rakende huizenmarkt en een matige consumentenvraag, en het VK had last van haar eigen problemen – de Brexit.

Het afgelopen jaar hebben we ons echter ook gericht op het grotere probleem van technologische disruptie. Eerst alleen op aandelenniveau, maar nu ook steeds meer op macro-economisch niveau. En inderdaad, we hebben traditionele economen van verschillende landen steeds horen zeggen dat er geen exposure is naar deze groeisector – en wat de gevolgen zijn voor de economische vooruitzichten op de lange termijn.

Figuur 1: geografische verschillen in dominantie van technologie

Wel of niet kopen in het spel van disruptie | Janus Henderson Investors
Bron: MSCI, FactSet, Goldman Sachs Investment Research, juni 2018 Note: AC World = MSCI All Countries World Index (ACWI)

Wel of niet in de portefeuille?

Technologie is dominant aanwezig in allerlei economieën, industrieën en op aandelenmarkten. Maar niet in dezelfde mate en niet overal. Geografisch gezien is er een duidelijk verschil te zien: in de VS en China domineren de technologiebedrijven, maar in andere – vooral ontwikkelde – markten zijn deze minder dominant aanwezig. Als je vluchtig kijkt naar de namen die nieuw zijn binnengekomen in de top 50-lijst van Wikipedia met technologische start-ups die meer dan een miljard waard zijn, zie je dat er 28 Chinese bedrijven zijn, 15 Amerikaanse en helemaal geen uit Europa. Dit blijkt ook uit het staafdiagram in figuur 1, waarin de weging van informatietechnologie in verschillende aandelenindices wordt weergegeven.

In kleinere economieën als Canada, Australië en het VK zijn de technologiewegingen nog lager dan die van Europa in figuur 1. De sector technologie maakt 4,1% uit van de Canadese Toronto Stock Exchange Composite Index, 2,4% van de Australische ASX 200 Index, en 1,3% van de FTSE 100 Index in het VK. De aandelenmarkten van deze drie economieën lijken steeds ‘ouderwetser’ te worden qua samenstelling, want vooral de traditionele sectoren met financiële bedrijven en grondstoffenbedrijven zijn dominant aanwezig. Dat is vooral duidelijk te zien in Canada en Australië. Zoals we al eerder schreven, komt dit door de gunstige huizenmarkt en de hoge schuldenlast van consumenten in de periode na de crisis van 2008.

We hebben onze strategische obligatiefondsen zo gepositioneerd dat deze de correctie weerspiegelen die hiervoor gaat plaatsvinden. Het gebrek aan exposure naar technologie (zoals weergegeven in de indices) geeft ook weer hoe afhankelijk deze economieën zijn van relatief onhoudbare bronnen van groei.

Disruptie is duidelijk geen nieuw fenomeen

De moderne wereld, en de maatschappij, is ontstaan door continue disruptie. Het afgelopen jaar hebben we echter, meer op microniveau, extreem veel disruptie gezien bij bedrijven en industrieën die we altijd erg saai vonden, maar die relatief veilig waren om in te beleggen. De disruptieve factoren die tegenwoordig voor problemen zorgen bij bedrijven zijn moeilijk te voorspellen, omdat technologische ontwikkelingen ervoor gezorgd hebben dat nieuwe bedrijfsmodellen de traditionele markten hebben ontwricht. Hierdoor zijn bestaande bedrijven in recordtempo failliet gegaan.

Op bedrijfsniveau is het geen eenvoudige opgave om de gevolgen van disruptie te beperken, want de mogelijk disruptieve factoren zijn moeilijk te identificeren. Daar is een nieuwe mentaliteit en een herbeoordeling van het bedrijfsmodel voor nodig.

Figuur 2 geeft de bedrijven weer die de afgelopen 12-18 maanden ingrijpend zijn veranderd. Hoewel allang bekend is dat bedrijven in de retailsector en bedrijven die actief zijn op het gebied van kabel-tv last hadden van de disruptie, is het verrassend dat nu ook uitvaartondernemingen, de bierindustrie in de VS, tabaksbedrijven en reclamebureaus hinder ondervinden. We hebben deze bedrijven ‘verjaagde bedrijven’ genoemd: het zijn vaak stabiele bedrijven met een goede cashflow en een mooie winstmarge, maar zij worden nu verjaagd door nieuwkomers of veranderende economische omstandigheden in deze industrieën.

Figuur 2: verjaagde bedrijven

Wel of niet kopen in het spel van disruptie | Janus Henderson Investors
Bron: Janus Henderson Investors, juni 2018

Anders kijken naar obligatiebeleggen

Disruptie kan zorgen voor veel onrust bij bedrijven, wat dus aanzienlijke gevolgen heeft voor de portefeuille van een belegger.

In onze ogen zorgen de structurele factoren op de lange termijn voor de juiste omstandigheden om in obligaties te beleggen. De cyclische ‘ups’ en ‘downs’ lijken dan meer op het weer, maar deze lijken wel disproportioneel veel aandacht te krijgen.

Wij vinden vooral de langetermijnimpact van de schuldsupercycli belangrijk om inzicht te krijgen in bijvoorbeeld de Japanse economie of die van de eurozone. Toch is er ook veel geschreven over de impact van de vergrijzing in de ontwikkelde landen.

Het is in ieder geval duidelijk dat technologie steeds belangrijker wordt voor obligatiebeleggers. Door de ongelijke geografische verdeling van de wereldwijde technologiereuzen en de ecosystemen waarin zij uitblinken, is er een nieuwe dimensie toegevoegd aan de wereld waarin we te maken hebben met verschillen in groei en in rentevooruitzichten.