Zelfs nu een aantal van de grote techbedrijven door toezichthouders gedwongen worden hun beleid aan te passen, en andere getroffen worden door de vertraging van de wereldhandel, denkt Denny Fish, onze Amerikaanse portefeuillebeheerder technologie-aandelen, dat de fundamentele aanjagers van de sector niet zijn aangetast en waarschijnlijk voor meer bedrijfswinst blijven zorgen.

Kernpunten:

  • Veel grote techbedrijven hebben te maken met hun eigen, unieke regelgevingsuitdagingen, waarbij concurrentievervalsing en bemoeienis met content bovenaan de lijst staan.
  • Halfgeleiderbedrijven en fabrikanten van technische hardware en apparatuur hebben met steeds meer handelsbarrières te maken. Daardoor zien ze zich gedwongen andere dan economische factoren mee te wegen bij hun commerciële en strategische beslissingen.
  • Volgens Denny zijn dit reële uitdagingen waarmee rekening moet worden gehouden voor de toekomstige winst van de sector. Hij gelooft echter niet dat ze op zichzelf voldoende zijn om de langjarige thema's die de sterke groei van de techsector aanjagen, een halt toe te roepen.

De opkomst van krachtige toepassingen zoals cloud computing, het Internet of Things (IoT) en kunstmatige intelligentie (AI), in wat vaak als de Vierde industriële revolutie wordt aangemerkt, zorgde ervoor dat de technologiesector de wereldwijde aandelenmarkten in de afgelopen jaren aanvoerde. Deze digitale transitie versnelde tijdens de Covid-19-crisis toen bedrijven en huishoudens voor hun dagelijkse activiteiten een groter beroep moesten doen op communicatietechnologie en e-commerce.

Tot nu toe is er maar weinig wat de sterke groei van de sector in de weg lijkt te staan. Grote techbedrijven die recentelijk voor het Amerikaanse Congres werden gesleept, de retoriek van de regering-Trump over het vermeende Chinese misbruik van Amerikaanse techbedrijven en het nog steeds doorsudderende handelsconflict vallen beleggers dan ook des te meer op. Zouden meer overheidsbemoeienis en wijzigingen in het handelsbeleid de struikelblokken voor het succes van de sector kunnen zijn?

Hoewel deze ontwikkelingen aandacht verdienen, denken we niet dat ze de koers van de sector dramatisch zullen veranderen. De langjarige stuurfactoren blijven intact en we verwachten dat de winst in de sector alleen nog maar zal toenemen nu hun producten en diensten waarde toevoegen voor een steeds verder uitdijend klantenbestand. Toch mogen beleggers regelgeving niet uit het oog verliezen. Net als voor elke andere bedreiging moet je je afvragen hoe waarschijnlijk het is dat een businessmodel wordt aangetast, en als dat zo is, welke invloed dat heeft op de toekomstige winstgroei.

Nu de CEO's van een aantal toonaangevende techbedrijven voor het Congres moeten verschijnen, zou je de indruk kunnen krijgen dat ze geconfronteerd worden met vergelijkbare juridische problemen. Dat is echter niet het geval. Het is hun gedrag dat door de wetgever kritisch wordt bekeken.

Geen eerlijk spel

Een van deze gedragingen is ogenschijnlijke concurrentievervalsing. In het verleden leidden dergelijke activiteiten tot regelgeving. Het bekendste voorbeeld is misschien wel Microsofts jarenlange strijd over de koppeling van producten als Internet Explorer aan zijn besturingssysteem.

Momenteel worden er vragen gesteld over Amazons relatie met verkopers op zijn externe verkoopplatform. De vrees bestaat dat de gegevens van externe verkopers gebruikt worden ten gunste van producten van Amazons eigen merk. Gezien de winstgevendheid van deze divisie, moeten alle gedwongen wijzigingen worden meegewogen voor het toekomstige winstprofiel van Amazon. Toch kan er ook gesteld worden dat externe verkopers enorm profiteren van hun relatie met Amazon dankzij de capaciteiten van het bedrijf op het gebied van marketing, uitvoering en logistiek.

Er zijn vergelijkbare zorgen ontstaan over Alphabet, het moederbedrijf van Google. Maar ook hier moeten toezichthouders rekening houden met twee kanten aan het verhaal. Nu de resultaten van de zoekmachine van het bedrijf teruglopen, richt het zich op mobiele toepassingen die een groter winstaandeel moeten genereren. De nieuwe diensten waarmee Google dit wil bereiken, concurreren vaak met bedrijven die al adverteerders op het zoekplatform waren. De vraag die toezichthouders interesseert, is of Alphabet zijn algoritmes heeft aangepast ten gunste van zijn eigen dienstverlening. Verder willen de autoriteiten onderzoeken of het bedrijf fabrikanten van mobiele apparatuur dwong om Android als besturingssysteem te gebruiken om Google apps te kunnen installeren. Gezien het standpunt van de wetgever over de bundelingspraktijken van Microsoft, kan het bedrijf waarschijnlijk heel wat vragen uit diverse rechtsgebieden verwachten.

business man hand researching financial strategy on digital tablet

Niets aan de hand of voorkeursbehandeling?

De interesse van wetgevers voor Apple werd gewekt door diens zogenaamde 'super apps'. Dit zijn abonneediensten die alle andere apps uit het ecosysteem van Apple domineren. De groei van deze diensten voor muziek, spellen, enzovoort ging gelijk op met hun onderhandelingspositie. De vergoedingen die Apple voor toegang toe zijn platform vraagt zijn fors, en app-ontwikkelaars wilden in ruil daarvoor gunstige voorwaarden afdwingen. Sommigen vragen zich af of voorwaarden die gebaseerd zijn op volume, nadelig zijn voor kleinere spelers. Anderen zijn van mening dat zulke regelingen in de meeste sectoren de norm zijn. Misschien is het wel een groter risico voor Apple als toezichthouders gaan uitzoeken of het bedrijf zijn technologie zodanig inricht dat die alleen ten goede komt aan eigen diensten en niet aan die van concurrenten.

Een zaak van aansprakelijkheid

Het bekendste voorbeeld van een onderzoek door de autoriteiten is misschien wel dat naar Facebook en de macht die dat bedrijf heeft vanwege zijn dominante rol in de sociale media. De eerste aanleiding voor een onderzoek naar Facebook was de manier waarop Facebook persoonlijke gegevens beheert. Sinds 2018 wijst vrijwel alles er echter op dat het bedrijf de veiligheid, transparantie en de mogelijkheid voor gebruikers om hun eigen persoonlijke gegevens te beheren, heeft verbeterd.

Belangrijker is echter de rol die Facebook speelt als contentbeheerder. In de Verenigde Staten werden internetplatforms krachtens artikel 230 van de 1996 Communications Decency Act aangemerkt als verspreiders van content, en niet als auteurs, en in die hoedanigheid vrijgesteld van de aansprakelijkheid voor het verspreiden van illegale content die voor uitgevers geldt. Veel mensen klagen dat deze vrijstelling ertoe heeft geleid dat socialemediabedrijven hun platforms te weinig controleren op ongepaste content.

In de afgelopen jaren zijn politici in de Verenigde Staten en daarbuiten zich ervan bewust geworden dat sociale media enorm veel macht hebben bij het beïnvloeden van gebruikersgedrag door bepaalde content op basis van hun gebruikersvoorwaarden toe te staan of juist te blokkeren. De discussie is nu of deze voorwaarden zo nauw omschreven moeten blijven, en in grote lijnen de norm voor 'illegale activiteiten' volgen, of dat ze moeten worden uitgebreid op een manier die platforms dwingt een controlerende rol op zich te nemen. Gezien de grote rol die sociale media spelen als platform voor het politieke discours, is het niet moeilijk te begrijpen waarom beleidsmakers de kwestie rond contentbeheer opnieuw aan de kaak willen stellen.

In al deze gevallen denken wij dat de autoriteiten voor een evenwichtige benadering moeten kiezen. Tot nu toe lag de drempel voor meer regelgeving bij de vraag of er consumenten benadeeld waren. Dit argument is naar onze mening niet langer actueel gezien de omvang van de grotendeels gratis en gemakkelijke, waardevolle diensten die op deze platforms worden aangeboden. Bovendien is de sector een belangrijke bron van goedbetaalde banen. Wetgevers, vooral in de VS, zullen deze marktleiders daarom als 'nationale helden' willen steunen.

Meer dan economie

Net als andere sectoren lijkt tech zich af te keren van globalisering. Vaak is dit het gevolg van beleidsinitiatieven zoals importheffingen. In de afgelopen twee decennia heeft veel productie zich verplaatst naar lagelonenlanden. Om importheffingen of sancties te omzeilen of om een toeleveringsketen te spreiden, zijn kosten tegenwoordig niet langer de enige factor bij de keuze voor een productielocatie. Hoewel dit van invloed kan zijn op de winstgevendheid, zal het nog jaren duren voordat we weten hoe deze transitie uitpakt.

De halfgeleiderindustrie verdient een nadere beschouwing. In aanvulling op zijn productievermogen probeert China zijn ontwerp- en softwarecapaciteiten wanhopig uit te breiden. Dit bleek echter moeilijker dan verwacht. De VS is inmiddels proactiever geworden bij het opwerpen van obstakels voor de toegang van Chinese bedrijven tot complexe technologieën. Dit heeft niet alleen gevolgen voor commerciële relaties maar ook voor potentiële fusie- en overnameactiviteiten. Hierdoor verdwijnen mogelijke bronnen van toekomstige economische welvaart.

Een ander geopolitiek debat waarbij de autoriteiten een vinger in de pap hebben, is de Chinese eigendom van westerse techbedrijven, en westerse communicatiebedrijven die onder druk worden gezet om geen Chinese aanbieders in te schakelen bij de uitbreiding van hun 5G-netwerken. Tegenwoordig moeten landen een afweging maken tussen zowel veiligheids- en economische belangen, als hun relatie met de VS.

Elk van deze voorbeelden laat zien dat het steeds complexere geopolitieke en wettelijke landschap betekent dat niet alleen economische factoren een rol spelen bij de toekomstige zakelijke beslissingen van techbedrijven.

Opmerking: Internet of Things (IoT): een netwerk van via het internet met elkaar verbonden objecten die gegevens kunnen verzamelen en uitwisselen.