In deze Q&A gaat May Ling Wee, China Equities Manager, in op belangrijke punten van zorg voor beleggers in China, zoals de gevolgen van handelsgeschillen, milieu-, sociale en bestuurlijke factoren (ESG) en demografische kwesties. Ze bespreekt ook hoe deze zaken beleggingsmogelijkheden creëren en sectoren opleveren die bij beleggers in de gratie zijn.

V: Hoe denkt u over de handelsgeschillen tussen de Verenigde Staten en China en wat zijn tot nu toe de gevolgen voor de Chinese economie?

A: We hebben te maken met een niet-aflatende stroom aan nieuwsberichten over de relatie tussen de Verenigde Staten en China en we kunnen alleen maar gokken op de afloop. Met de huidige stand van zaken zijn onze verwachtingen voor een handelsovereenkomst op korte termijn laaggespannen. De handelsoorlog tussen China en de VS gaat niet alleen over handel, maar is ook een strijd om technologische, economische superioriteit en geopolitieke invloed. Wij verwachten dan ook dat deze ‘oorlog’ lang zal duren en dat er geen simpele oplossing is.

De grootste en meest directe invloed op China heeft betrekking op het vertrouwen van binnenlandse ondernemers en daarmee hun bereidheid om te investeren. De Chinese handelscijfers hebben al een klap gehad; de totale handel in China is verzwakt, terwijl de handelsgegevens van andere landen die naar de Verenigde Staten exporteerden, zoals Vietnam en Taiwan, veerkrachtiger zijn.

 

Ook de Chinese productiesector heeft te lijden gehad. Investeringen in elektronische apparatuur en de lichte verwerkende industrie zijn tot op heden amper gestegen, wat een grote verandering is ten opzichte van de consistente groei van de afgelopen jaren van onder of net boven de 10%. China is een cruciaal onderdeel van de wereldwijde toeleveringsketen voor elektronica, een sector waar zowel particuliere binnenlandse als buitenlandse investeringen constant zijn gegroeid. Al voor het uitbreken van de handelsoorlog is begonnen met de verplaatsing van de productie van laagwaardiger goederen naar nabijgelegen Aziatische landen, omdat China zijn voorsprong op het gebied van goedkope, laaggeschoolde arbeidskrachten reeds had verspeeld aan landen als Vietnam, Cambodja en Indonesië. Dit verplaatsingsproces zal doorgaan en misschien zelfs versnellen, nu elke ondernemer de voordelen van diversificatie van de productiefaciliteiten begint in te zien.

 

De kern van de handelsoorlog wordt gevormd door technologische overmacht, die een economisch (door productiviteitswinst) en geopolitiek voordeel oplevert. Importheffingen en andere maatregelen zullen China alleen nog maar vastberadener maken om zelfredzaam en technologisch onafhankelijk te worden. De VS heeft echter veel meer machtsmiddelen dan alleen de handel. Een belangrijk zwak punt van China is de afhankelijkheid van buitenlandse technologie, vooral halfgeleiders.

 

Halfgeleiders zijn een cruciaal onderdeel dat tegenwoordig in veel industrieën wordt gebruikt, en een tekort aan slechts één onderdeel kan leiden tot een systeemfout bij het eindproduct.  China zal nóg vastbeslotener zijn om ervoor te zorgen dat het zijn eigen binnenlandse bedrijven ondersteunt en ontwikkelt om concurrerend en zelfvoorzienend te zijn in de technologische toeleveringsketen. Als gevolg hiervan verwachten we dat Chinese technologie- en industriële bedrijven veel meer zullen spenderen aan research en development (R&D) om op eigen benen te kunnen staan.

 

Als voorwaarde voor de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO) heeft het land ermee ingestemd de markttoegang voor buitenlandse bedrijven te verbeteren. China heeft zijn binnenlandse industrieën beschermd door van buitenlandse bedrijven te eisen dat ze via joint ventures met lokale partners opereren, zoals in de auto- en levensverzekeringsindustrie. China wenst niet als isolationistisch te worden beschouwd en wil een belangrijke speler blijven in de wereldhandel in goederen en diensten.

 

Als gevolg daarvan hebben we recentelijk gezien dat de deregulering van buitenlands eigendom in de Chinese automotive en financiële sector is versneld. Door het opheffen van de beperkingen moeten buitenlandse verzekeraars, effectenbedrijven en vermogensbeheerders in China hun activiteiten volledig in eigen handen krijgen en geografisch kunnen uitbreiden, wat resulteert in best practices in de financiële sector, buitenlandse expertise, een beter productaanbod en gezondere concurrentie.

 

V: De snelle groei van China in de afgelopen decennia heeft geleid tot negatieve gevolgen voor de samenleving en het milieu, terwijl het land tegelijkertijd problemen zoals de toenemende ongelijkheid en de vergrijzing het hoofd moet bieden. Hoe wordt in uw portefeuilles rekening gehouden met ESG-factoren?

 

A: De beleggingscasus in China is ingewikkeld. Op milieugebied heeft China veel geld in duurzame energie gestoken, na jaren van investeringen in de zware en extractieve industrie, textiel en elektronicaproductie. Het is nu een welvarender economie, waar de mensen een betere leefomgeving wensen. Om duurzame groei te waarborgen, is het Chinese beleid stimulerend geweest in de vorm van subsidies en investeringen in hernieuwbare energiebronnen. De politiek eist strengere normen voor de handhaving van de milieuwetgeving in de zware industriële sector, een stap die veel kleinere ondernemingen zonder de omvang en middelen om in deze milieufaciliteiten te investeren op achterstand zet.

 

We hebben middelen gevonden om aan dergelijke mogelijkheden deel te nemen. In de aardgasdistributiesector in China zullen het overheidsinitiatief ‘Battle for Blue Sky’ (een driejarenplan voor schonere lucht) en de overschakeling van steenkool naar gas in Noord-China de groei van de vraag naar gas gedurende een langere periode blijven stimuleren. Uitsluitend investeren in gebieden die de overheid als aandachtspunten heeft bestemd, is echter niet altijd goed genoeg. Maar al te vaak betekenen subsidies en inspanningen om een sector te promoten dat er veel particulier en publiek kapitaal wordt aangetrokken.  Dit was duidelijk zichtbaar in de industrie voor wind- en zonne-energie en elektrische auto's, wat uiteindelijk heeft geresulteerd in overcapaciteit en weinig prijszettingsvermogen voor de bedrijven in deze sector.

 

China heeft een grote economie, telt 1,4 miljard inwoners en heeft een enorm oppervlak. Elke provincie in China is bijna een afzonderlijke markt. Er is sprake van ongelijkheid en de Gini-coëfficiënt* van China is hoog, met een sterk uiteenlopende koopkracht in de verschillende provincies en regio's.

 

Bij beleggen in China zien we vaak dat bedrijven met een nationaal merk en een landelijke aanwezigheid en schaalgrootte een productassortiment kunnen ontwikkelen dat soms meerdere merken met verschillende prijspunten bevat, die wat betaalbaarheid betreft aansluiten bij een gevarieerd klantenbestand. Zo kan een succesvolle fabrikant van huishoudelijke apparatuur meerdere merken gebruiken die qua betaalbaarheid binnen het bereik liggen van hun verschillende klantengroepen.

 

Tegenwoordig genereert meer dan de helft van de Chinese bevolking een bbp per hoofd van de bevolking dat onder het nationale gemiddelde van 10.000 Amerikaanse dollar ligt. Verwacht wordt echter dat aanhoudende verstedelijking de komende tien jaar zal resulteren in 150 miljoen stadsbewoners, wat bij stijgende inkomensniveaus mogelijkheden biedt voor duurdere consumentenproducten.  Dit creëert een kans voor een nationaal merk om het productaanbod naar boven uit te breiden naarmate elk segment van hun consumentengroepen zich meer bereid toont een duurder product van een hogere kwaliteit te kopen.

 

We kunnen niet ontkennen dat de demografische achteruitgang van China mettertijd een steeds grotere uitdaging zal worden. De beroepsbevolking (15-64-jarigen) groeit niet langer, terwijl de leeftijdsgroep van 65-plussers blijft toenemen. Toch betreden jaarlijks nog altijd veel nieuwe werknemers de arbeidsmarkt. In de productiesector richten we ons op bedrijven die blijven investeren in R&D om meer te kunnen automatiseren en de productieprocessen te stroomlijnen, de productiviteit te verhogen en het aantal werknemers dat nodig is voor productielijnen terug te brengen. Wij geloven echter dat de collectieve welvaart van de vergrijzende bevolking kansen oplevert in dienstensectoren zoals levensverzekeringen, vermogensbeheer en reizen. De verzekeringspenetratie in China is laag in verhouding tot het bbp en de kloof op het gebied van bescherming is groot. Voor de ouder wordende beroepsbevolking en de vele Chinese ondernemers wordt het verlangen naar vermogensbescherming en -groei sterker nu deze groep nadenkt over de overdracht van rijkdom naar de volgende generatie en pensionering.

V: Hoe zien Chinese aandelen er nu uit vanuit een waarderingsperspectief? Welke sectoren bieden volgens u op dit moment de aantrekkelijkste beleggingsmogelijkheden?

A: Sinds de wereldwijde financiële crisis worden de Chinese binnenlandse onshore markt (CSI 300 Index) en de markt in Hongkong (Hang Seng Index) onder de gemiddelde winst-multiple verhandeld, terwijl buiten China genoteerde aandelen (MSCI China Index) tegen een gemiddelde winst-multiple verhandeld worden.

 

Het consumentensegment in China bevalt ons nog altijd. Niet alleen basisconsumentengoederen en het discretionaire segment, maar ook bredere consumentgerichte gebieden zoals levensverzekeringen, gezondheidszorg, auto's en internet. De handelsoorlog en verdere importheffingen zullen ongetwijfeld een negatieve invloed hebben op het sentiment van zowel de consument als het bedrijfsleven. De consumentenvraag is echter relatief stabieler en minder volatiel dan de vraag van bedrijven. Dit kan worden toegeschreven aan de lagere ticketprijzen en de betaalbaarheid van consumentenproducten, evenals de mogelijkheid voor consumentenbedrijven om hun productaanbod te upgraden en aan te passen.

 

De penetratie en het gebruik nemen toe en het marktaandeel van toonaangevende bedrijven die actief zijn op gebieden zoals online reizen, e-commerce en naschoolse begeleiding groeit. Dit gebeurt ondanks een zwakkere macro-economische omgeving. We houden ook van de Macau-goksector omdat deze veel cashflow genereert. Massaal gokken (een groot deel van de winst voor enkele dienstverleners) toont veerkracht, vooral omdat bewoners van het vasteland een betere infrastructurele toegang hebben tot Macau.

 

 

 

*Gini-coëfficiënt: een veelgebruikte maatstaf voor inkomensongelijkheid die de volledige inkomensverdeling voor een land samenvat in één getal tussen 0 en 1: hoe hoger het getal, hoe groter de inkomensongelijkheid.