Status volgens de EU Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR)

Janus Henderson EUR IG Bond Paris-aligned Climate Active Core UCITS ETF

Identificatiecode rechtspersoon: 635400TLEBYMVGAOUO19

A. Samenvatting

Het Subfonds wordt gecategoriseerd als een Subfonds dat voldoet aan de bepalingen van artikel 9 van de SFDR als een product dat gericht is op duurzaam beleggen. Het zal minimaal 90% duurzame beleggingen met een milieudoelstelling doen in economische activiteiten die volgens de EU-taxonomie niet als ecologisch duurzaam worden aangemerkt. De duurzame beleggingen brengen geen significante schade toe aan een duurzame milieu- of maatschappelijke beleggingsdoelstelling door rekening te houden met bepaalde belangrijke nadelige effecten en door zich te richten naar de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten.

De duurzame beleggingsdoelstelling van het Subfonds is het verminderen van de koolstofemissies, door de investeringen af te stemmen op het Klimaatakkoord van Parijs en bij te dragen aan de aanpassing naar een koolstofarme economie. Het Subfonds heeft tot doel bij te dragen aan de milieudoelstelling van klimaatmitigatie.

Het Subfonds wordt actief beheerd met als referentie Solactive ISS Paris Aligned Select Euro Corporate Bond Index, die voldoet aan de criteria voor een op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmark (PAB) zoals beschreven in Verordening (EU) 2020/1818. Het referentie-benchmark is ontworpen om 50% lagere broeikasgasemissies (BKG) te hebben dan de brede obligatie van beleggingskwaliteit-markt in euro en een vermindering van 7% jaar-op-jaar van de broeikasgasemissies, terwijl ook een reeks ESG-uitsluitingen wordt opgenomen. De methodologie voor de referentie-benchmark is beschikbaar op documenten.

Om zijn duurzame beleggingsdoelstelling te bereiken, zal het Subfonds (a) zijn bedrijfsobligatie beleggingen beperken tot emittenten van wie de obligaties deel uitmaken van het referentie benchmark en (b) de gewogen gemiddelde broeikasgasemissies lager houden dan of gelijk zijn aan de broeikasgasemissies van het referentie benchmark. Dit zorgt ervoor dat het Subfonds voldoet aan de vereisten voor PAB's in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie. Om verder bij te dragen aan de doelstelling van klimaatmitigatie, belegt het Subfonds voornamelijk in obligaties van emittenten die zich inzetten voor de klimaattransitie en heeft het ook een minimumallocatie aan emittenten die zich inzetten voor milieuoplossingen.

Het Subfonds belegt in een actief beheerde portefeuille die voornamelijk bestaat uit bedrijfsobligaties in euro beleggingskwaliteit. Het Subfonds wordt actief beheerd onder verwijzing naar de referentie-benchmark en streeft naar een ex-ante jaarlijkse tracking error van 0,2% tot 1,0% op lange termijn.

Om zijn duurzame beleggingsdoelstelling te bereiken, streeft het Subfonds ernaar (a) zijn bedrijfsobligatie beleggingen te beperken tot emittenten van wie de obligaties deel uitmaken van het referentie benchmark en (b) de gewogen gemiddelde broeikasgasemissies ("BKG") lager te houden dan of gelijk te houden aan de broeikasgasemissies van het referentie benchmark. Dit zorgt ervoor dat het Subfonds voldoet aan de vereisten voor PAB's in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie. Om verder bij te dragen aan de doelstelling van klimaatmitigatie, belegt het Subfonds voornamelijk in obligaties van emittenten die zich inzetten voor de klimaattransitie en heeft het ook een minimumallocatie aan emittenten die zich inzetten voor milieuoplossingen.

De Beleggingsbeheerder selecteert alleen obligaties van emittenten van wie de obligaties deel uitmaken van het referentie benchmark en zorgt er daarom voor dat de volgende uitsluitingen worden toegepast:

  • schending van sociale normen (waaronder het UN Global Compact), schending van sociale normen (waaronder het UN Global Compact),
  • Aanzienlijk negatief effect op milieudoelstellingen voor duurzame ontwikkeling (12: Verantwoorde consumptie en productie, 13: Klimaatactie, 14: Leven onder water, 15: Leven op het land)
  • Fossiele brandstoffen: inkomsten uit olie, gas, steenkool en energie-intensieve elektriciteitsopwekking boven bepaalde drempels, plus een eventueel verband met thermische kolen
  • Teelt en productie van tabak
  • Controversiële wapens
  • Andere schadelijke activiteiten, waaronder pornografie, alcohol, gokken, recreatieve cannabis, genetische manipulatie, civiele vuurwapens en wapens

Aanvullende bindende elementen van de beleggingsstrategie zijn de volgende:

  • Gewogen gemiddelde broeikasgasemissies lager dan of gelijk aan de referentie-benchmark
  • Minimaal 80% van het vermogen belegd in obligaties van emittenten die zich inzetten voor de klimaattransitie
  • Minimaal 10% van het vermogen is belegd in obligaties van emittenten; ten minste 25% van de inkomsten is afgestemd op milieuoplossingen zoals schone energie, duurzaam transport en waterbeheer

De Beleggingsbeheerder maakt gebruik van ESG-gegevens uit diverse externe bronnen, waaronder, maar niet beperkt tot, MSCI ESG. De beheerder benchmark referentie maakt gebruik van gegevens die afkomstig zijn van ISS ESG. De beleggingsbeheerder erkent dat er beperkingen kunnen zijn aan de gegevens die door de leveranciers van ESG-gegevens worden verstrekt. Wanneer gegevens van derden worden gebruikt om ESG-uitsluitingsscreenings toe te passen, kan de Beleggingsbeheerder alleen beleggen in bedrijven die door de screenings zouden worden uitgesloten als hij, op basis van zijn eigen onderzoek en zoals goedgekeurd door zijn ESG Oversight Committee, van mening is dat de gegevens van derden onvoldoende of onjuist zijn. De Beleggingsbeheerder vertrouwt ook op de ESG- en klimaatgegevens die aan de benchmark beheerder worden verstrekt (Solactive) en op de nauwkeurigheid van de toepassing van de referentie- benchmark methodologie. Schattingen kunnen worden gebruikt bij de berekening van de referentie-benchmark.

De Beleggingsbeheerder voert due diligence-processen uit voordat er beleggingsbeslissingen worden genomen, waarbij gebruik wordt gemaakt van interne en externe instrumenten en onderzoek. Daarnaast voeren de teams Front Office Controls & Governance, Financial Risk en Investment Compliance van de Beleggingsbeheerder doorlopende controles en toezicht uit.

De Beleggingsbeheerder past het bedrijfsbrede Stewardship & Engagement en Proxy Voting beleid van Janus Henderson toe, zoals beschreven in deel K.

Het Subfonds wordt actief beheerd ten opzichte van de Solactive ISS Paris Aligned Select Euro Corporate Bond Index, die voldoet aan de criteria voor een op Parijs afgestemde EU-benchmark (PAB) beschreven in Verordening (EU) 2020/1818. De methodologie voor de referentie-benchmark is beschikbaar op documenten.

B. Geen ernstige afbreuk aan de duurzame beleggingsdoelstelling

Binnen de constructie van de referentie-benchmark worden duurzame beleggingen gescreend op betrokkenheid bij activiteiten die aanzienlijke schade veroorzaken, waaronder schendingen van internationale normen (zoals het Global Compact van de VN), tabak, fossiele brandstoffen, controversiële wapens, aanzienlijke milieuschade, pornografie, alcohol, gokken, recreatieve cannabis, genetische manipulatie, civiele vuurwapens en wapens. Het Subfonds belegt alleen in obligaties van emittenten waarvan de obligaties deel uitmaken van de referentie-benchmark en die derhalve aan deze screenings voldoen.

De onderstaande tabel laat zien hoe het Subfonds rekening houdt met de belangrijkste ongunstige effecten (Principal Adverse Impacts - PAI's) en hoe het zich afstemt op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN-richtlijnen voor bedrijven en mensenrechten. Informatieverschaffing overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2019/2088 wordt bekendgemaakt op www.janushenderson.com.

Rekening houden met PAI's

1. Broeikasgasemissies Emissiereductie op portefeuilleniveau: het Subfonds streeft naar gewogen gemiddelde broeikasgasemissies die lager zijn dan of gelijk zijn aan de referentie-benchmark (een PAB)
2. Ecologische voetafdruk
3. BKG-intensiteit van ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd
4. Blootstelling aan bedrijven die actief zijn in de fossielebrandstoffensectorR Uitsluitingsscherm: Emittenten waarvan de inkomsten uit olie-, gas-, kolen- en energie-intensieve elektriciteitsopwekking boven bepaalde drempels liggen, of die verband houden met thermische kolen, zijn uitgesloten
5. Aandeel van het verbruik en de productie van niet-hernieuwbare energie Emissiereductie op portefeuilleniveau zoals beschreven voor PAI's 13 en uitsluitingsscreenings met betrekking tot fossiele brandstoffen zoals beschreven voor PAI 4
6. Intensiteit van het energieverbruik per klimaatsector met grote impact
7. Activiteiten die een negatieve impact hebben op de biodiversiteitkwetsbare gebieden Uitsluitingsscherm: Emittenten waarvan wordt aangenomen dat zij een aanzienlijk negatief effect hebben op het milieu Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (12: Verantwoorde consumptie en productie, 13: Klimaatactie, 14: Leven onder water, 15: Leven op het land) zijn uitgesloten
8. Emissies in water
9. Verhouding gevaarlijk afval en radioactief afval
10. Schendingen van de beginselen van het UN Global Compact en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen Uitsluitingsscreening: emittenten die geacht worden in strijd te zijn met gevestigde internationale normen en principes, worden uitgesloten
11. Gebrek aan processen en nalevingsmechanismen om toezicht te houden op de naleving van de beginselen van het UN Global Compact en de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen Driemaandelijkse monitoring: de Beleggingsbeheerder monitort op kwartaalbasis en kan ook, als de kwaliteit van de gegevens het toelaat, proberen de impact te beperken door middel van effect selectie
12. Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen
13. Genderdiversiteit in het bestuur
Extra optionele indicatoren
Aantal geïdentificeerde gevallen van ernstige mensenrechtenkwesties en -incidenten Uitsluitingsscherm: Emittenten die geacht worden mondiale normen zoals de UNGC-beginselen en de OESO-richtlijnen – die betrekking hebben op mensenrechten – te schenden, worden uitgesloten
Beleggingen in bedrijven zonder initiatieven om de koolstofuitstoot terug te dringen Beperking op portefeuilleniveau: het Subfonds belegt minimaal 80% van het vermogen in obligaties die zijn uitgegeven door emittenten die zich hebben gecommitteerd aan de klimaattransitie

 

C. Duurzame beleggingsdoelstelling van het financiële product

De duurzame beleggingsdoelstelling van het Subfonds is het verminderen van de koolstofemissies, door de investeringen af te stemmen op het Klimaatakkoord van Parijs en bij te dragen aan de aanpassing naar een koolstofarme economie. Het Subfonds heeft tot doel bij te dragen aan de milieudoelstelling van klimaatmitigatie.

Het Subfonds wordt actief beheerd ten opzichte van de Solactive ISS Paris Aligned Select Euro Corporate Bond Index, die voldoet aan de criteria voor een op Parijs afgestemde EU-benchmark (PAB) beschreven in Verordening (EU) 2020/1818. Het referentie-benchmark is ontworpen om 50% lagere broeikasgasemissies (BKG) te hebben dan de brede obligatie van beleggingskwaliteit-markt in euro en een vermindering van 7% jaar-op-jaar van de broeikasgasemissies, terwijl ook een reeks ESG-uitsluitingen wordt opgenomen. De methodologie voor de referentie-benchmark is beschikbaar bij documets.

Om zijn duurzame beleggingsdoelstelling te bereiken, zal het Subfonds (a) zijn bedrijfsobligatie beleggingen beperken tot emittenten van wie de obligaties deel uitmaken van het referentie benchmark en (b) de gewogen gemiddelde broeikasgasemissies lager houden dan of gelijk zijn aan de broeikasgasemissies van het referentie benchmark. Dit zorgt ervoor dat het Subfonds voldoet aan de vereisten voor PAB's in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie.

D. Beleggingsstrategie

Het Subfonds belegt in een actief beheerde portefeuille die voornamelijk bestaat uit bedrijfsobligaties in euro beleggingskwaliteit. Het Subfonds wordt actief beheerd onder verwijzing naar de referentie-benchmark en streeft naar een ex-ante jaarlijkse tracking error van 0,2% tot 1,0% op lange termijn.

Om zijn duurzame beleggingsdoelstelling te bereiken, streeft het Subfonds ernaar (a) zijn bedrijfsobligatie beleggingen te beperken tot emittenten van wie de obligaties deel uitmaken van het referentie benchmark en (b) de gewogen gemiddelde broeikasgasemissies ("BKG") lager te houden dan of gelijk te houden aan de broeikasgasemissies van het referentie benchmark. Dit zorgt ervoor dat het Subfonds voldoet aan de vereisten voor PAB's in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1818 van de Commissie.

Om verder bij te dragen aan de doelstelling van klimaatmitigatie, belegt het Subfonds voornamelijk in obligaties van emittenten die zich inzetten voor de klimaattransitie en heeft het ook een minimumallocatie aan emittenten die zich inzetten voor milieuoplossingen.

De Beleggingsbeheerder voert ook een directe beoordeling uit van de goede governancepraktijken van emittenten, voorafgaand aan een belegging en daarna periodiek in overeenstemming met het Beleid inzake duurzaamheidsrisico's van de Beleggingsbeheerder (het "Beleid").

Het beleid stelt minimumnormen voorop op basis waarvan de beleggingsbeheerder emittenten permanent beoordeelt en opvolgt alvorens te beleggen. Dergelijke normen omvatten, maar zijn niet beperkt tot: gezonde managementstructuren, werknemersrelaties, beloning van het personeel en naleving van belastingwetgeving. Het beleid is te vinden op https://www.janushenderson.com/corporate/who-weare/brighter-future-project/responsibility/esg-resources/.

Daarnaast is de Beleggingsbeheerder ondertekenaar van de door de VN ondersteunde Principles for Responsible Investment (PRI). Als ondertekenaar beoordelen wij ook de goede governancepraktijken van de ondernemingen waarin wij beleggen aan de hand van de PRI, zowel vóór we een belegging doen als periodiek wanneer we een belegging in portefeuille hebben.

E. Verhouding van de beleggingen

Het Subfonds wijst minimaal 90% van het vermogen toe aan duurzame beleggingen door te beleggen in een portefeuille van obligaties die voldoet aan alle vereisten voor PAB's en door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen in overeenstemming met het referentie-benchmark van Parijs. Maximaal 10% van het vermogen mag, indien nodig, worden gebruikt voor liquiditeit, afdekkingsdoeleinden of efficiënt portefeuillebeheer.

Het Subfonds zal minimaal 90% beleggen in duurzame beleggingen met een milieudoelstelling. Afstemming op de EU-taxonomie is momenteel niet opgenomen in de criteria voor PAB's en is niet opgenomen in de referentie- benchmark methodologie. Als gevolg hiervan verbindt de Beleggingsbeheerder zich momenteel niet tot een specifiek minimumpercentage dat is afgestemd op de EU-taxonomie.

Het Subfonds maakt geen gebruik van derivaten om zijn duurzame beleggingsdoelstelling te bereiken.

F. Monitoring duurzame beleggingsdoelstelling

De duurzaamheidsindicatoren die worden gebruikt om het bereiken van de duurzame beleggingsdoelstelling van het Subfonds te meten, zijn:

  • Gewogen gemiddelde Broeikasgasuitstoot (naar verwachting lager dan of gelijk aan de referentie-benchmark)
  • % van het Subfonds in obligaties van emittenten die zich inzetten voor de klimaattransitie (naar verwachting ten minste 80%)
  • % van het Subfonds in obligaties van emittenten waarvan ten minste 25% van de inkomsten en/of kapitaaluitgaven is afgestemd op milieuoplossingen (naar verwachting ten minste 10%)
  • % van het Subfonds dat voldoet aan ESG-uitsluitingen, zoals hieronder beschreven onder "Wat zijn de bindende elementen van de beleggingsstrategie die worden gebruikt om de beleggingen te selecteren om de duurzame beleggingsdoelstelling te bereiken?" (naar verwachting 100% van de beleggingen)

G. Methodologieën

De Beleggingsbeheerder selecteert alleen obligaties van emittenten waarvan de obligaties deel uitmaken van het referentie benchmark. Dit zorgt ervoor dat geselecteerde obligaties voldoen aan de volgende uitsluitingsscreenings, ingebouwd in de referentie- benchmark methodologie. De Beleggingsbeheerder voert ook onafhankelijke controles uit, zowel vóór als na de handel, met behulp van gegevens van derden.

  • Schending van sociale normen: geverifieerde niet-naleving van gevestigde normen zoals de beginselen van het Global Compact van de Verenigde Naties (UNGC), de richtsnoeren voor multinationale ondernemingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) of de VN-richtlijnen voor bedrijfsleven en mensenrechten
  • Aanzienlijke negatieve impact op ecologische doelstellingen voor duurzame ontwikkeling: (12: Verantwoorde consumptie en productie, 13: Klimaatactie, 14: Leven onder water, 15: Leven op het land)
  • Fossiele brandstoffen: >=1% van de inkomsten uit kolenwinning, met inbegrip van thermische en metallurgische kolen, en de opwekking van elektriciteit met behulp van steenkool; >=10% van de inkomsten uit de winning of raffinage van fossiele brandstoffen; >=50% van de inkomsten uit het opwekken van elektriciteit door middel van fossiele brandstof; Elke band met thermische kolen
  • Teelt en productie van tabak
  • Controversiële wapens: Geverifieerde of vermeende voortdurende betrokkenheid bij verboden of controversiële wapens, waaronder clustermunitie
  • Andere schadelijke activiteiten: pornografie, alcohol, gokken, recreatieve cannabis, genetische manipulatie, civiele vuurwapens en wapens (met inachtneming van de inkomstendrempels die zijn gespecificeerd in de referentie benchmark methodologie)

Aanvullende bindende elementen van de beleggingsstrategie zijn de volgende:

  • Gewogen gemiddelde broeikasgasemissies lager dan of gelijk aan de referentie-benchmark: de Beleggingsbeheerder monitort de gewogen gemiddelde broeikasgasemissies van het Subfonds om ervoor te zorgen dat deze op of onder de gewogen gemiddelde broeikasgasemissies van de referentie-benchmark blijven. De referentie-benchmark's broeikasgasemissies worden maandelijks gepubliceerd.
  • Minimaal 80% van het vermogen dat wordt belegd in handen van emittenten die zich inzetten voor de klimaattransitie: De Climate Transition Risk Assessment (CTA) van de Beleggingsbeheerder is een instrument dat gebruikmaakt van een eigen scoremethodologie op basis van de belangrijkste factoren op het gebied van klimaattransitie en decarbonisatie. De belangrijkste factoren bieden een evaluatie van de transitiegerelateerde verplichtingen, acties, governance en resultaten van elk bedrijf om een termijncontract uitziende beoordeling van de transitie-afstemming weer te geven. Het evalueert zijn strategieën, capaciteiten en informatiebronnen op basis van vier pijlers: ambitie, actie, prestatie en verantwoordelijkheid. Een eigen scoringsmethodologie maakt gebruik van meer dan 70 gegevensindicatoren die aan deze pijlers zijn gekoppeld.
  • Minimaal 10% van het vermogen moet belegd worden in obligaties van emittenten die zijn afgestemd op milieuvriendelijke oplossingen. De Beleggingsbeheerder maakt gebruik van zijn eigen Environment Solutions Framework om ervoor te zorgen dat minimaal 10% van het vermogen wordt toegewezen aan emittenten die meer dan 25% van de inkomsten of kapitaaluitgaven halen uit producten en diensten die direct gericht zijn op het aanpakken van milieu-uitdagingen. Het kader koppelt een reeks milieuthema's (waaronder, maar niet beperkt tot, schone energie, energie-efficiëntie, duurzaam transport en klimaatinfrastructuur) aan relevante SDG's van de VN en de EU-taxonomie en gebruikt gegevens van MSCI ESG om te beoordelen of emittenten op één lijn zitten.

H. Databronnen en -verwerking

De referentie benchmark maakt gebruik van ESG- en klimaatgegevens van ISS ESG.

Daarnaast maakt de Beleggingsbeheerder gebruik van ESG-gegevens uit diverse externe bronnen, waaronder, maar niet beperkt tot, MSCI ESG. De Beleggingsbeheerder maakt ook gebruik van een brede kring externe aanbieder van ESG-informatie en stelt die informatie direct beschikbaar aan de beleggingsteams. De Beleggingsbeheerder ontvangt wekelijks automatische datafeeds van externe leveranciers van ESG-gegevens, die worden ingevoerd in een datawarehouse in de cloud. Zodra de gegevens zijn geïntegreerd en de kwaliteitscontroles op de gegevens zijn gebeurd, worden de ruwe gegevens gekoppeld aan de interne gegevensstructuur van de beleggingsbeheerder. Dit zorgt ervoor dat alle ESG-gegevens uit het datawarehouse consistent beschikbaar zijn in alle downstream-applicaties en de verschillende fasen van het beleggingsproces ondersteunen.

De Beleggingsbeheerder past een aantal regels toe om de integriteit van de datakwaliteit te waarborgen voor de gegevens die worden ingevoerd in de centrale oplossing die wordt gebruikt om de research op elkaar af te stemmen. Gegevens die niet correct zijn afgestemd op de definitie van de gegevensverstrekker, worden niet opgenomen in het centrale datawarehouse in de cloud, en er worden uitzonderingen toegevoegd. Die uitzonderingen worden gemonitord en geremedieerd door een centraal ondersteuningsteam. De oplossing bestaat onder meer uit het ter discussie stellen van de gegevensleverancier of interne activiteiten die intern beheerde registratiesystemen ondersteunen. Waar nodig wordt de gegevenseigenaar die verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de gegevens op de hoogte gesteld via het interne proces voor gegevensbeheer om openstaande uitzonderingen op te lossen.

I. Beperkingen van methodologieën en gegevens

Het bereik van de gegevens wordt direct bepaald door het bereik van de onderliggende leverancier van ESG-informatie. De interne gegevensstructuur van JHI is voldoende flexibel om eigen bewijsmateriaal te integreren of evaluaties aan te passen aan toekomstige vereisten.

Het Subfonds wordt beheerd op basis van het referentie benchmark. Als zodanig vertrouwt het op de ESG- en klimaatgegevens die aan de benchmark beheerder worden verstrekt (Solactive) en op de nauwkeurigheid van de beheerder bij het toepassen van de referentie- benchmark methodologie.

Schattingen kunnen worden gebruikt bij de berekening van de referentie-benchmark. Met name de broeikasgasemissies, indien niet gerapporteerd, kunnen worden geraamd. Meer informatie is te vinden in de referentie- benchmark methodologie, beschikbaar onder documenten.

J. Due diligence

De JHI Responsible Investment Policy, waarin JHI's Sustainability Risk Policy is opgenomen, beschrijft de bedrijfsbrede aanpak van ESG-integratie, inclusief JHI's Responsible Investment Principles voor beleggingssucces op de lange termijn, onze aanpak van stewardship en engagement en de basisuitsluitingen die worden toegepast op de ondernemingen waarin wordt belegd. Deze uitsluitingen zijn gebaseerd op classificaties van externe leveranciers van ESG-gegevens. Deze classificatie kan door beleggingsonderzoek worden opgeheven als er voldoende bewijs is dat de gegevens van derden niet nauwkeurig of geschikt zijn.

Elke Investment Desk voert hun eigen due-diligenceprocessen uit voordat er beleggingsbeslissingen worden genomen binnen hun Artikel 9-fondsen, waarbij gebruik wordt gemaakt van interne en externe instrumenten en onderzoek. Het Front Office Controls & Governance-team biedt voortdurende zekerheid dat afstemming met gedocumenteerde duurzaamheidsverplichtingen waarbij geautomatiseerde controles en/of gegevens van derden niet beschikbaar zijn, kan worden aangetoond. Het Financial Risk-team controleert en onderzoekt het beleggingsbeheer in het licht van ESG-gerelateerde risico's, naast de traditionele maatstaven voor marktrisico's, en integreert het duurzaamheidsrisico in de risicoprofielen. Het Investment Compliance-team zorgt ervoor dat ESG-gerelateerde activiteiten worden beheerd in overeenstemming met wettelijke vereisten en verwachtingen en binnen ons eigen compliancekader.

K. Engagementsbeleid

De beleggingsbeheerder past zijn beleid inzake verantwoord beleggen waarin het beleid inzake rentmeesterschap en betrokkenheid en stemmen bij volmacht is opgenomen. Deze kunnen als volgt worden samengevat:

Rentmeesterschap en betrokkenheid

Naast de eerder beschreven bindende elementen van de beleggingsstrategie vormt zorgvuldig beheer een integraal en vanzelfsprekend onderdeel van de actieve langetermijnbenadering van beleggingsbeheer die Janus Henderson voorstaat. Meer informatie over de benadering van engagement van JHI vindt u in de Responsible Investment Policy die is gepubliceerd in de 'ESG Resource Library' op de website van Janus Henderson.

De firma ondersteunt een aantal codes voor zorgvuldig beheer en bredere initiatieven wereldwijd, en heeft ook de UK Stewardship Code ondertekend."

Stemmen

Portefeuillebeheerders nemen de belangrijke stembeslissingen, met ondersteuning van in-house corporate governance specialisten. Janus Henderson heeft een Proxy Voting Committee, dat bepaalt waarop we bij volmacht stemmen over belangrijke kwesties en dat richtlijnen opstelt voor toezicht op het stemproces. De Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van Asset Service, Compliance, Operational Risk en het Responsible Investment and Governance Team en aandelen portefeuillebeheer, die namens het beleggingsteam input geven. Openbare koppelingen naar informatie over het stemgedrag van onze fondsen zijn beschikbaar op de websites van onze onderneming in de betreffende rechtsgebieden. Het beleid van Janus Henderson inzake stemmen bij volmacht is beschikbaar op onze website.

L. Realisatie van de duurzame beleggingsdoelstelling

Het Subfonds wordt actief beheerd ten opzichte van de Solactive ISS Paris Aligned Select Euro Corporate Bond Index, die voldoet aan de criteria voor een op Parijs afgestemde EU-benchmark (PAB) beschreven in Verordening (EU) 2020/1818. De methodologie voor de referentie-benchmark is beschikbaar op documenten.

Belangrijkste nadelige gevolgen (PAI's)

Rekening houden met PAI's

Ongunstiged-
uurzaamheid-
sindicator
Metriek Hoe wordt rekening gehouden met PAI's?
Uitstoot van broeikasgassen Uitstoot van broeikasgassen Scope 1-broeikasgasemissies Emissiereductie op portefeuilleniveau
Scope 2-broeikasgasemissies Emissiereductie op portefeuilleniveau
Scope 3-broeikasgasemissies Emissiereductie op portefeuilleniveau
Totale broeikasgasuitstoot Emissiereductie op portefeuilleniveau
Carbon footprint Carbon footprint Emissiereductie op portefeuilleniveau
BKG-intensiteit van ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd BKG-intensiteit van ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd Emissiereductie op portefeuilleniveau
Blootstelling aan ondernemingen die actief zijn in de fossielebrandstoffensector Aandeel van beleggingen in ondernemingen die actief zijn in de fossielebrandstoffensector Uitsluitende screenings
Aandeel van het verbruik en de productie van niet-hernieuwbare energie Aandeel van het verbruik van niet-hernieuwbare energie en de productie van niet-hernieuwbare energie van bedrijven waarin wordt belegd uit niet-hernieuwbare energiebronnen in vergelijking met hernieuwbare energiebronnen, uitgedrukt als percentage van de totale energiebronnen Emissiereductie op portefeuilleniveau zoals beschreven voor PAI's 1-3 en uitsluitingsschermen met betrekking tot fossiele brandstoffen zoals beschreven voor PAI 4
Intensiteit van het energieverbruik per klimaatintensieve sector Energieverbruik in GWh per miljoen EUR omzet van bedrijven waarin wordt belegd, per klimaatsector met een grote impact Emissiereductie op portefeuilleniveau zoals beschreven voor PAI's 1-3 en uitsluitingsschermen met betrekking tot fossiele brandstoffen zoals beschreven voor PAI 4
Biodiversiteit Activiteiten die een negatieve invloed hebben op gebieden met een kwetsbare biodiversiteit Aandeel van beleggingen in ondernemingen met locaties/activiteiten in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden waar de activiteiten van die ondernemingen waarin wordt belegd een negatieve invloed hebben op die gebieden Uitsluitende screening
Water Emissies in water Metrische tonnen emissies in water gegenereerd door bedrijven waarin wordt belegd per miljoen EUR belegd, uitgedrukt als een gewogen gemiddelde
Afval Verhouding gevaarlijk afval en radioactief afval Metrieke tonnen gevaarlijk afval en radioactief afval Afval: Verhouding gevaarlijk afval en radioactief afval gegenereerd door bedrijven waarin wordt belegd per miljoen EUR belegd, uitgedrukt als een gewogen gemiddelde
Maatschappelijke en personeelsthema's Schendingen van de principes van het UN Global Compact en de OESO-richtlijnen voor multinationals Aandeel van beleggingen in ondernemingen die betrokken zijn geweest bij schendingen van de principes van het UNGC of de OESO-richtsnoeren voor multinationals. Uitsluitende screening
Gebrek aan processen en nalevingsmechanismen om naleving van de principes van UN Global Compact en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen te controleren Aandeel beleggingen in ondernemingen zonder beleid om toezicht te houden op de naleving van de beginselen van het UNGC of de OESO-richtsnoeren voor multinationals, of mechanismen voor de behandeling van klachten/klachten om schendingen van de beginselen van het UNGC of de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen aan te pakken Driemaandelijkse monitoring
Niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen Gemiddelde niet-gecorrigeerde loonkloof tussen mannen en vrouwen in bedrijven waarin wordt belegd
Genderdiversiteit in het bestuur Gemiddelde verhouding tussen vrouwelijke en mannelijke bestuursleden in bedrijven waarin wordt belegd, uitgedrukt als percentage van alle bestuursleden
Blootstelling aan controversiële wapens Aandeel van beleggingen in ondernemingen die betrokken zijn bij de productie of de verkoop van controversiële wapens Uitsluitende screening

'Waar de vertaalde versie van deze openbaarmakingstekst verschilt van de Engelse versie, prevaleert de originele Engelse versie'